Kettingreactie

Wetenschapsmuseum NEMO 100 jaar - boek

Opdrachtgever - NEMO Science Center


Voor wetenschapsmuseum NEMO, dat jaarlijks meer dan 700.000 bezoekers trekt, schreef Judith Gussenhoven het boek ‘Kettingreactie’ over de wonderlijke metamorfoses van dit museum. Over hoe het al honderd jaar mee beweegt én botst met de tijdgeest.

‘Kettingreactie’ vertelt het verhaal van NEMO Science Museum in Amsterdam en zijn voorgangers. Tussen de oerversie van de oprichter Herman Heijenbrock, het Museum van den Arbeid uit 1923, en het museum van vandaag zitten namelijk ook nog het NINT (Nederlands Instituut voor Nijverheid en Techniek) en newMetropolis verstopt.

Alles begon met de uitstallingen van de excentrieke Heijenbrock: volle vitrines met geëmailleerde koffiepotjes, 80 telefoontoestellen, een röntgenapparaat van Philips en 600 schilderijen van zijn hand.

Met een reusachtige mainframe computer (1965), de Technoscoop (1961) en een Russische maanlandingswagen (1971) vloog het NINT door de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. En met reuzenzeepbellen (1985), een slagschip van een gebouw (1997) en de opstijgende raket van de Kettingreactie snelde het museum naar het NEMO van nu.

De rijk geïllustreerde publieksuitgave is verkrijgbaar in de fysieke en online museumshop van NEMO.

Team: Judith Gussenhoven (concept, onderzoek, tekst), Marit van der Gevel (grafisch ontwerp), Door de Flines (redactie), Manou van de Zande (eindredactie), Mariska Bijl (lithografie).

 
 

Fragment uit hoofdstuk ‘Nijvere tijden’


 

De eigentijdse vormgeving van de tentoonstellingen, de instructieve show van de industrie en de zorgvuldige aandacht voor de bezoekende jeugd: van alle kanten krijgt het nieuwe instituut complimenten. Niet verbazingwekkend, want intussen is het promoten van de Nederlandse industrie een nationale hobby geworden. Bedrijven willen zichzelf graag presenteren als aantrekkelijke werkgever en ook daarom ziet de industrie in de zalen van het NINT er allerfleurigst uit.

Topvormgevers Wim Crouwel, Rob Parry en Kees Kuiler hebben het maximale bereikt in het oude schoolgebouw aan de Rozengracht. Rechte lijnen, overzichtelijke wandpanelen, praktische linoleumvloeren en – opmerkelijk verschil met de tijd van Heijenbrock – instrumenten waar je aan mag komen. De instituutsmedewerkers zijn zelfs blij als kinderen er niet vanaf kunnen blijven.

De jeugd wordt ook op andere manieren serieus genomen. Om hun geestelijke fitheid te bevorderen krijgen jonge bezoekers – volgens een krant – krukjes om op te zitten tijdens de beroepenvoorlichting in de Mens en Maatschappij zaal. En iedere rondleiding blijft omwille van de vereiste volle concentratie beperkt tot maximaal twee afdelingen. In de praktijk komen er vooral jongens naar het instituut: buitenshuis werken is op dat moment sowieso nog een mannenzaak en werken in techniek en industrie al helemaal.